Klaarzetten

  • 1 wandrek.
  • 1 bank.
  • 3 sportcubes.
  • 1 kast.
  • 5 turnmatjes.
  • 2 springplanken.
  • 3 markeerschijven als startplaats.

Opdracht

Geel - Wall Jump

Neem een aanloop, zet met je linkervoet af op de springplank en plaats je linkerhand bovenop de kast. Zet je rechtervoet zo hoog mogelijk op de muur en zet af. Land eerst op kast en spring vervolgens met 2 voeten op de mat.

Rood - Spring over de blokken

Spring via de reutherplank op de sportcubes. Daarna met 2 voeten landen op de turnmat.

Blauw - Spiderjump

Opdracht 1

Ren vanaf de markeerschijf naar de bank en loop/ren omhoog. Spring vanaf de bank op de dikke mat. (bepaal zelf van welke hoogte).

Opdracht 2

Ren vanaf de markeerschijf naar de bank en loop/ren omhoog. Stap van de bank in het wandrek en draai jezelf om met je rug richting het klimrek. Spring uit het wandrek op de dikke mat.

Regels

Geel - Wall jump:

  • De volgende mag starten wanneer je voorganger klaar is.
  • Je mag niet over de kast springen zonder handplaatsing.
  • Je landt altijd met 2 voeten op de mat.

Rood - Spring over de blokken:

  • Je mag starten als de springer voor jou van de mat af is.
  • Je landt altijd met 2 voeten op de mat. 

Blauw - Spiderjump:

  • Je mag starten wanneer je voorganger op de mat is geland.
  • Blijf op het grijze gedeelte van de dikke mat.
  • Je landt altijd met 2 voeten op de mat. 

Tips

Wat zie je? Wat doe je
Loopt 't Leerlingen wachten niet op hun beurt. Vertel nogmaals waar de parkeerschijven voor zijn. Belangrijk voor de veiligheid om te wachten met springen totdat degene voor je van de mat(jes) af is.
Leerlingen blijven steeds bij een onderdeel. Het is een parcours; alle onderdelen moeten gedaan worden.
Blauw - De leerlingen springen/klimmen te hoog in het wandrek. Hang een lintje op in het wandrek. Dit is dan de maximale hoogte voor de kinderen.
Blauw - De leerlingen durven niet te springen. Laat ze zo laat mogelijk springen.
Rood - De leerlingen wachten niet totdat degene voor hen van het blok af is. Uitleggen dat ze moeten wachten in verband met de veiligheid.
Geel - Leerlingen lopen te snel achter elkaar. Pas beginnen wanneer degene voor je is geland op de mat.
Lukt 't Blauw - De leerling durft het wandrek niet in te springen. In het wandrek klimmen kan ook.
Rood - Een leerling komt niet op het blok. Uitleg geven over het springen op de reutherplank.
Geel - Het lukt niet om via de springplank op de kast te komen. Leg de sportcube er neer, zodat de leerling in plaats van via de springplank via de sportcube kan klimmen.
Leert 't Blauw - Het lukt de leerling om in het wandrek te springen. Probeer af te springen en daarna een (freerunning)koprol te maken.
Rood - Leerling komt makkelijk op het blok. Uitdagen om verder op het blok te landen.
Geel - Leerling komt makkelijk op de kast. Uitdagen om over de kast heen te springen (landen op 2 voeten).
Veiligheid

Bij freerunnen is het belangrijk dat alle obstakels op eigen niveau worden gepasseerd.